Smeehuijzen (NJB): drie eisen, drie keer onvoldoende
VU-hoogleraar privaatrecht J.L. Smeehuijzen toetst met J. Smids en C. Hoekstra het Dutch Protocol aan drie juridische eisen waaraan een medisch protocol moet voldoen om de medisch-professionele standaard in te vullen. Het protocol voldoet aan geen ervan. De analyse staat in NJB 2023/25 (20 juli 2023). Een vervolgstuk van Smeehuijzen toetst de advisering van de Gezondheidsraad rond puberteitsremmers in NJB 2025/2811.
Waarom dit een risico-analyse is, geen technische review
De drie eisen — evidence-based zijn, beperkte medisch-ethische lading dragen en via een adequaat proces tot stand zijn gekomen — bepalen of een protocol de risicobeheersing kan leveren die het op papier belooft. Wanneer een protocol op een van de drie tekortschiet, levert het in de praktijk geen veiligheid maar valse zekerheid. Bij het Dutch Protocol gaat het mis op alle drie. De juridische analyse legt daarmee de risicostructuur bloot achter de Nederlandse puberteitsremmer- en cross-sex-hormoonzorg voor minderjarigen.
Eis 1 — evidentiebasis
Wat de eis vraagt
Deugdelijk wetenschappelijk bewijs voor werkzaamheid en veiligheid van de behandeling, sterk genoeg om de ingrijpendheid te dragen.
Wat Smeehuijzen c.s. vinden
Een handvol observationele studies uit Amsterdam, kleine aantallen, uitval, geen controlegroep. Systematische reviews in het buitenland kwalificeren die basis als van lage kwaliteit.
Het risico hier is direct: een onomkeerbare ingreep wordt verricht op een bewijspositie die elders al is afgewezen. Wat de beroepsgroep intern presenteert als "de gouden standaard", blijkt bij externe toetsing de drempel voor evidentie niet te halen. Zie ook Cass Review en SBU.
Eis 2 — ethische lading
Een protocol mag de individuele afweging van de arts pas overnemen wanneer de behandeling weinig ethische lading draagt. Bij puberteitsremmers en cross-sex-hormonen voor minderjarigen is het tegendeel het geval: ingrepen die vruchtbaarheid, seksuele functie en lichamelijke ontwikkeling onomkeerbaar raken, bij patiënten die de reikwijdte van het besluit naar hun aard nog niet kunnen overzien. Een schema kan die afweging niet vervangen. Dat het in de praktijk wel zo wordt behandeld is een tweede laag risico — niet meer in de behandeling zelf, maar in de manier waarop verantwoordelijkheid wordt verlegd van de behandelaar naar "het protocol".
Eis 3 — totstandkomingsproces
De derde eis vraagt om een gecontroleerd, transparant en gevalideerd proces, met onafhankelijke toetsing en ruimte voor tegenspraak. Het Dutch Protocol ontstond binnen een kleine kring betrokkenen in één centrum (VUmc/Amsterdam UMC), zonder de externe controle die bij een behandeling van deze ingrijpendheid hoort. De vervolganalyse van Smeehuijzen (NJB 2025/2811) zet die kritiek door naar de Gezondheidsraad: een adviescommissie waarin clinici uit dezelfde praktijk een hoofdrol spelen mist de afstand tussen beoordelaar en beoordeelde die het advies zijn gezag zou moeten geven.
Een protocol dat aan geen van de drie eisen voldoet, kan in een aansprakelijkheidszaak de zorgvuldigheidsnorm niet vervangen. De arts blijft zelf de drager van de verantwoordelijkheid — en bij twijfel weegt de zwakke evidentie tegen hem. — Strekking van Smeehuijzen c.s., NJB 2023/25.
Waarom landen die het protocol overnamen, het verlaten
De auteurs wijzen op het patroon: gezondheidssystemen die het Dutch Protocol jaren toepasten, trekken zich nu terug. Het Verenigd Koninkrijk sloot na de Cass Review de Tavistock-kliniek en beperkte puberteitsremmers tot onderzoeksverband. Zweden stopte via Karolinska de behandeling buiten studies. Finland en Noorwegen gingen vergelijkbare wegen. De internationale beweging is in dezelfde richting: de bewijslast houdt niet stand. Nederland is in dat veld de uitzondering geworden.
Risico voor patiënten — concreet
- Onomkeerbare ingrepen op grond van bewijs dat elders als zwak is afgekeurd.
- Een informed-consent-procedure die de zwakke onderbouwing zelden expliciet maakt.
- Een protocol dat in de spreekkamer functioneert als ontslag van de individuele afweging die de behandeling juist vergt.
- Een advies-keten waarin dezelfde behandelaars beoordelen of hun eigen praktijk in orde is.
- Een internationaal veld dat zich terugtrekt — terwijl de Nederlandse poli's capaciteit uitbreiden.
Zie ook
Bronnen
- Smeehuijzen, J.L., Smids, J. & Hoekstra, C. (2023). Transgenderzorg aan kinderen. Juridische bedenkingen bij het Dutch Protocol (2018). NJB 2023/25, 20 juli 2023. njb.nl
- Smeehuijzen, J.L. (2026). De Gezondheidsraad en het reguleringsklimaat rond puberteitsremming bij minderjarigen. NJB 2025/2811, afl. 40, 9 januari 2026. njb.nl
- Auteurspagina J.L. Smeehuijzen, Nederlands Juristenblad. njb.nl/auteurs/lodewijk-smeehuijzen